1.1 Leefbaarheid

Leefbaarheid in dorpen en wijken is een breed en belangrijk thema dat raakt aan de kwaliteit van leven van inwoners. Het gaat om hoe prettig, veilig, gezond en sociaal verbonden mensen zich voelen in hun leefomgeving. We moeten een aantal kernaspecten, die vaak worden meegenomen bij het beoordelen en verbeteren van leefbaarheid, benoemen. In de visie van GBMG bestaat de fysieke omgeving uit een goed woonkwaliteit, goede woningen, voldoende groen en nette straten. Waarbij we blijvend moeten investeren in de openbare ruimte. Goed onderhouden parken, pleinen, speeltuinen, fiets- en wandelpaden. Goede bereikbaarheid van dorpen, wijken en kernen is belangrijk, waarbij er aandacht is voor de verkeersveiligheid en niet te vergeten het openbaar vervoer. GBMG zet zich in om de kwaliteit en leefbaarheid in woonwijken en dorpen waar dit momenteel in orde is te handhaven. Waar dit niet het geval is maken wij ons hard voor het verhogen of te verbeteren. De gemeente dient zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor wonen, leren, recreëren en werken. Met de gerealiseerd 32 miljoen kunnen we dit ook waarmaken. GBMG ziet er de komende jaren op toe dat deze middelen ook goed worden besteed in samenspraak met onze inwoners. Sociale veiligheid is van belang voor het gemeenschapsgevoel. Waarbij er aandacht moet zijn voor diversiteit en inclusie. Met andere woorden, ruimte voor verschillende groepen om samen te leven. Hoe betrekken we de bewoners bij hun dorp, wijk of kern? Het stimuleren van bewoners en buurtinitiatieven is samenwerken aan plannen en meewerken als gemeente om zaken gezamenlijk te realiseren. Goede participatie van buurt, wijk of dorpsbewoners, is vroegtijdig mee laten participeren in het maken van beleid. Voorziening en diensten: Onderwijs, zorg en winkels, nabijheid van basisvoorzieningen in uw buurt zijn zaken die GBMG van belang. Culturele en sportvoorzieningen zoals bibliotheken in welke vorm dan ook en sportclubs, buurthuizen zijn essentieel bij leefbaarheid. Iedere buurt, wijk, of dorp moet goede toegang hebben tot digitale infrastructuur zoals internetdiensten en digitale diensten. GBMG vindt dat er op lokaal niveau meer “reuring” moet komen, variërend van winkelvoorzieningen tot horeca op het niveau van de kernen en dorpen. Het streven van GBMG is de kwaliteit en leefbaarheid van de bestaande woonwijken en dorpen blijvend te verbeteren. Veel inwoners geven aan dat het gevoel van veiligheid in hun wijk en dorp in het geding is. Criminaliteit, overlast en het ontbreken van sociale controle zijn veelgehoorde kreten, daarbij zal op sommige plekken als uiterste maatregel (tijdelijk) cameratoezicht mogelijk gemaakt moeten worden. Als preventie niet werkt, zullen we middelen vrij moeten maken voor hardere aanpak. De gemeente dient zo aantrekkelijk mogelijk te zijn om te wonen, leren, recreëren en werken. De afgelopen 4 jaar is er een start gemaakt met stadshart Hoogezand en in meerdere wijken en dorpen is er sprake van stads-en dorpsvernieuwing, waardoor de leefbaarheid toeneemt. De komende vier jaar blijven we hier aandacht voor hebben. Rekenschap houden met duurzaamheid en toekomstbestendigheid moeten we zorgen voor voldoende aanbod van energiezuinige woningen en duurzame mobiliteit. Inbreiding van oude schoollocaties is ingezet en zal de komende raadsperiode gestalte moeten krijgen. Op de woningmarkt dreigt een tweedeling. Door de liberalisering van de woningmarkt dreigen met name jongeren, starters, alleenstaanden, middeninkomens en gezinnen met alleen eenverdieners de dupe te worden. We komen bij het programma Wonen er uitgebreid op terug. Een belemmering zijn de financiële mogelijkheden van de gemeente. Net als bij andere gemeenten speelt decentralisatie een rol bij met name jeugdzorg, waardoor veel tekorten ontstaan om onze ideeën uit te voeren. De Rijksoverheid, Den Haag, heeft veel taken bij de gemeente neergelegd, zonder daar de broodnodige euro’s bij te geven. Hierdoor lopen we tegen financiële problemen aan die we als lokale politiek mogen oplossen. Nij Begun biedt kansen: een programma gericht op grootschalig herstel en toekomst programma voor Groningen en Noord-Drenthe, opgezet als reactie op de gevolgen van de gaswinning in de regio. Het richt zich ook op onze inwoners voor een nieuwe start met investeringen in de hoofdthema’s de Sociale Agenda, de Economische Agenda en de isolatieaanpak. Als GBMG besteden we de komende raadsperiode extra aandacht aan de uitvoering van dit programma, zodat doelen ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden en het geld wordt besteed aan waar het voor is bedoel. Ook de betrokkenheid van u als inwoner, ondernemer of organisatie is voor bijzonder belangrijk. We hechten als GemeenteBelangen Midden-Groningen sterk aan het participeren van onze inwoners op diverse vraagstukken. Het gaat om uw leefomgeving en uw gemeente. We kennen diverse manieren van participatie. We hebben de wijk- en dorpsraden, inspreekmomenten, inloop- en informatieavonden en via de digitale kanalen kunnen inwoners ook hun mening meegeven. Ook zijn er tegenwoordig zogenaamde burgerberaden of jongerenraden. We staan als lokale partij open voor nieuwe initiatieven, zolang er draagvlak is. Het uiteindelijke budget en bevoegdheid liggen bij de democratisch gekozen gemeenteraad.
  1. Herstel:
Schadeherstel aan gebouwen, versterking van woningen en aandacht voor mentale en fysieke gezondheid.  De aardbevingsproblematiek blijft aanhouden, zo hebben we ook gezien na de beving bij Zeerijp. Nog steeds kampen er vele inwoners met onveilige situaties en trage versterkingsoperaties. Het Nij Begun mag geen afleidingsmanoeuvre worden om deze operatie uit het zicht te halen. We blijven ons standpunt als lokale partij dan ook onderschrijven. Den Haag moet doen wat ze beloofd hebben en ophouden met traineren.
  1. De sociale agenda: 
Hier krijgt de deelnemende gemeente geld voor. Waarbij de doelstelling voor onze inwoners gericht is op minder armoede, betere gezondheid, meer kansen voor kinderen. Concrete maatregelen zoals extra lesuren, ondersteuning bij schulden, en investeren in gemeenschapszin. We hebben het over drie fundamenten van de Sociale agenda. Gemeenschapszin en trots stimuleren. Maar ook investeringen in wijkcentra en buurt-en dorpshuizen. Ondersteuning van lokale initiatieven zoals sportclubs, muziekverenigingen en vrijwilligersorganisaties. Budget beschikbaar te stellen voor maatschappelijke, culturele en sportieve projecten. Bevordering van Groningse cultuur. Er eerder bij zijn: Is inzetten op extra lesuren op basisscholen van minimaal tot maximaal 6 uur. Toegang tot muziek, sport en ontwikkeling voor elk kind. Maar ook inzetten op vroegtijdige ondersteuning bij bijvoorbeeld mentale gezondheid op scholen en in de dorpen en wijken. Structurele aanpak van fundamentele problemen: Bestrijding van armoede en schulden. Verbetering van lees-digitale vaardigheden. Buddy- systemen voor mensen met schulden. Aanpak van voortijdige schooluitval.
  1. Economische agenda: 
Focus op duurzame energie, landbouw, industrie, gezondheid en vrijetijdseconomie. Maar ook investeren in samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, winkelcentra en toerisme.
  1. Isolatie Aanpak 
Voor woningisolatie en ventilatie tot 2035.  Natuurvriendelijke isolatie om biodiversiteit te beschermen. Veel zaken zijn benoemd en de kunst is daarbij om in goede samenwerking met andere gemeenten, scholen, zorgorganisaties, lokale verenigingen en vrijwilligers het tot een succesvolle aanpak te maken. We zullen als GBMG onze inbreng op de uitvoering toetsen aan de geformuleerde doelen. Waarbij we op voorhand een signaal afgeven om de organisatiekosten binnen de perken te houden. Onze inwoners horen centraal te staan, nu gaat er nog veel geld naar inspectie, experts en rapportages. Procedures die veel te lang duren, veel geld kosten en waar de emoties hoog oplopen en mensen die daardoor mentale en psychische klachten krijgen. Dit moet anders. Speerpunten:
  • Blijvend investeren in de openbare ruimte: kwaliteit en leefbaarheid waar het op orde is in stand houden, waar dit niet het geval is verbeteren
  • Goede bereikbaarheid en voorzieningen nabij: aandacht voor verkeersveiligheid en het openbaar vervoer
  • Burgers vroegtijdig betrekken (laten participeren) in het maken van beleid
  • Meer reuring in de kernen en dorpen
  • Investeren in een aantrekkelijke gemeente voor wonen, werken, leren en recreëren
  • Nij begun is bedoeld om de gevolgen van de aardgaswinning te herstellen, de inwoner moet hierin centraal staan. Organisatiekosten moeten binnen de perken blijven
 

1.2 Brede Welvaart

Het welzijn en welbevinden van onze inwoners is een belangrijk speerpunt van GBMG, dit wordt ook wel brede welvaart genoemd. Het welzijn van een samenleving kan niet alleen in geld worden uitgedrukt. Naast materiële welvaart is ook het welbevinden van onze inwoners belangrijk. Brede welvaart gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt. Welzijn is iets wat iedereen persoonlijk beleeft en gaat over de mate waarin men tevreden is met de eigen leefsituatie. Brede welvaart dient als kader. Een groot deel van onze inwoners maakt zich zorgen over de toekomst als het gaat over gezondheid en zorg, hoe mensen met elkaar omgaan en de woningmarkt. Brede welvaart gaat ook over de toekomst. We kijken niet alleen naar de huidige situatie, maar ook denken na over hoe we in de toekomst willen leven met elkaar. Het is belangrijk ons bewust te zijn dat de keuzes die we nu maken van belang zijn voor de toekomst. Door vooruit te kijken, kunnen we keuzes maken die ook op de lange termijn de brede welvaart vergroot. Waar lopen we nu tegenaan?  De maatschappelijke uitdagingen waar we als gemeente voor staan, gaan dwars door alle sectoren heen. We weten dat het niveau van de brede welvaart in onze gemeente achterblijft bij het landelijke gemiddelde en dit wil GBMG veranderen. Hoe gaan we om met grote uitdagingen zoals klimaatadaptatie, het complexe zorglandschap, de vergrijzing en het tekort aan (betaalbare) woningen? Bereikbaarheid is een voorwaarde voor kansengelijkheid. In landelijke gebieden, ook in Midden-Groningen, kan de afstand tot basisvoorzieningen (zoals winkels of een huisarts) verder onder druk komen te staan. Vooral voor mensen zonder een auto is dit een probleem. Het verdwijnen van lokale voorzieningen en de verschraling van openbaar vervoer vergroot dit probleem. Vaak hebben inwoners, ouderen, jongeren en mensen met een lagere sociaaleconomische achtergrond hier last van. Voor deze groep inwoners kan een beperkte bereikbaarheid leiden tot moeilijkheden in het verkrijgen van toegang tot zorg, onderwijs, werk en het onderhouden van sociale contacten. Kansen en uitdagingen in Midden-Groningen en de regio  De veranderende bevolking heeft een aanzienlijke impact op de brede welvaart in de provincie, de regio en Midden-Groningen met zowel uitdagingen als kansen. De groeiende bevolking vraagt om meer woningen, voorzieningen en infrastructuur. De toename van eenpersoonshuishoudens vraagt om kleinere woningen, terwijl er mogelijk minder vraag is naar grotere gezinswoningen. De vergrijzing van de bevolking leidt tot een grotere zorgaanvraag en er komen verhoudingsgewijs minder werkende mensen ten opzichte van het aantal niet-werkenden doordat het percentage ouderen sneller stijgt dan het percentage jongeren. Tegelijkertijd bieden deze uitdagingen ook kansen. Kansen voor innovaties in de zorg, zoals technologische ontwikkeling en nieuwe zorgconcepten. En kansen om anders met de woningvoorraad om te gaan. In de paragraaf wonen gaan we hier verder op in. Speerpunt:
  • Brede welvaart in Midden-Groningen naar een hoger niveau brengen

1.3 Sociale Veiligheid

Sociale veiligheid is te omschrijven als de mate waarin mensen zich veilig voelen in hun sociale omgeving. Het gaat niet alleen om de afwezigheid van fysiek geweld of intimidatie, maar ook om een psychologische veiligheid, respectvolle omgangsvormen en het gevoel om erbij te horen. Waar mensen zich vrij voelen om zichzelf te zijn, hun mening te uiten en deel te nemen aan sociale interacties zonder angst voor discriminatie, pesten, uitsluiting, intimidatie of grensoverschrijdend gedrag. Het omvat ook het vertrouwen dat er adequaat wordt opgetreden wanneer deze veiligheid wordt geschonden. Wat ons betreft zijn er grenzen aan gedogen. Prioriteit dient gegeven te worden aan zaken waar een ander overlast van ondervindt en aan situaties waar de veiligheid in het geding is. Onze bewoners willen zich veilig en vertrouwd voelen in hun eigen woonomgeving. De politiecapaciteit is beperkt waardoor vaak alleen brandjes worden geblust. Inwoners ondervinden dit dagelijks, niet alleen door de stijgende (drugs) criminaliteit, maar ook door andere vormen van overlast. Daardoor hebben veel inwoners het gevoel dat het steeds onveiliger wordt, ook in de openbare ruimte. Meer blauw op straat is een probaat middel om het gevoel van onveiligheid te verminderen. GBMG blijft zich inzetten op zichtbare aanwezigheid van de overheid in dorpen en wijken door gerichte inzet boa´s en wijkagenten, desnoods willen we extra geld beschikbaar stellen. De BOA’s zijn de ogen en oren voor de politie en het gemeentebestuur. Naast het toezicht en handhaven kunnen zij vroegtijdig signaleren wat er speelt op straat, in de buurt, wijk of het buitengebied. Door hun gericht in te zetten in dorpen en wijken kunnen we een preventieve werking teweegbrengen. Een meldpunt overlast of intimidatie kan hierbij ondersteunend zijn. Ook gesprekken tussen wijk- en dorpsverenigingen met wijkagenten kan een positieve bijdrage hebben op het verminderen van overlast en het gevoel van onveiligheid. Daarnaast wil GBMG meer inzetten op preventie door de inzet van jongerenwerkers en preventieprogramma’s op alle scholen in onze gemeente. Speerpunten:
  • Meer inzetten op preventie door jongerenwerkers.
  • Preventieprogramma's starten op alle scholen in onze gemeente.
  • Meldpunt voor overlast of intimidatie, zoals buurtpreventie of wijkagenten.
  • Gerichte inzet van BOA’s en wijkagenten in dorpen en wijken.

1.4 Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid is het zoveel mogelijk voorkomen van ongevallen en het beschermen van weggebruikers door het verminderen van risico's, waarbij rekening wordt gehouden met zowel objectieve (aantal slachtoffers), als het subjectieve gevoel van veiligheid. Dan hebben we het over maatregelen op het gebied van infrastructuur, voertuigen en gedrag.   Verkeersveiligheid is zorgen dat onze kinderen en kleinkinderen, wij allen, ons veilig kunnen verplaatsen zowel lopend, op de fiets of met de auto. Daarvoor moeten we blijven investeren in veilige infrastructuur, fietspaden, kruispunten en gebruiksvriendelijk wegontwerp, ook voor de oudere deelnemers aan het verkeer. We willen graag meer handhaving op asociaal verkeersgedrag. Aandacht voor gedragsverandering via campagnes en educatie. Qua verkeersveiligheid zien we ook dat we onze gladheidsbestrijding aandacht behoeft. Nog te vaak horen we na winterse buien, dat het soms lang duurt voordat alles weer begaanbaar is, zowel in wijken als in de dorpen. Als we van inwoners verlangen dat zij hun stoepje netjes houden, dan moet de gemeente zijn beste beentje voor zetten om de wegen in orde te krijgen, ook al is dat tijdens de soms barre omstandigheden niet altijd snel haalbaar, het streven moet er zijn. We zijn zoals gezegd druk bezig met het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarbij kijken we of we zaken integraal kunnen aanpakken, dus als er een straat wordt aangepakt, dan pakken we het liefst ook direct de rioleringen en andere zaken mee. Op deze manier beperken we de overlast tot een minimum en hebben we maximaal rendement uit de investeringen. We zien dat we diverse knelpunten hebben als het om het verkeer gaat. De verkeersdruk neemt toe, er rijden steeds meer en steeds zwaardere voertuigen over onze wegen. We zien met name in de spits dat er een aantal locaties in onze gemeente zijn die vastlopen. Een belangrijke hierin is het kruispunt bij de Kerkstraat en Meint Veningastraat in Hoogezand. Hier moeten grote stappen gezet worden, welke noodzakelijk zijn om ook onze ondernemers bereikbaar te houden. Dit kan de gemeente niet alleen, we willen dus samenwerken met provincie en andere overheden en instanties om hier tot een goede aanpak te komen. Het aangenomen mobiliteitsplan moet bijdragen aan het versoepelen van de verkeersstromen. We willen ook in overleg met de provincie over het scheepvaartverkeer. We zien nog te vaak dat het verkeer stil komt te staan, omdat er scheepvaart in de spits door belangrijke bruggen moet en het verkeer op A7 en N33 stilstaat, wat ook nog eens gevaarlijke situaties met zich meebrengt.    Dit moet anders, met het beperken van het openen van bruggen tijdens de spits bijvoorbeeld. In een aantal dorpen zien we toenemende overlast van hardrijders en sluipverkeer. In Zuidbroek hebben we grote zorgen om het vele vrachtverkeer wat door het dorp moet om op het industrieterrein te komen. Hiervoor moeten we een structurele oplossing vinden. In Harkstede en Meeden, maar ook in vele andere dorpen ondervindt met overlast van hardrijders en in Noordbroek wringt het landbouwverkeer zich door het dorp. Dit laatste probleem horen we ook vanuit de andere dorpen. In een gemeente als de onze zijn veel inwoners op de auto aangewezen voor werk, sport, boodschappen etc. We zijn van mening dat er een integrale aanpak van verkeersveiligheid moet komen. Op sommige locaties moet het fietsverkeer wellicht iets meer ruimte krijgen, terwijl op andere locaties juist het gemotoriseerd verkeer dit nodig heeft. We willen geen autowegen onnodig opheffen om fietsers de ruimte te geven. Speerpunten: 
  • Versoepelen van de verkeersstromen: oplossen knelpunten
  • Vergroten verkeersveiligheid: nemen van maatregelen op het gebied van infrastructuur en gedrag
  • Investeren in fietsveiligheid door aanleg van veilige fietspaden met daarbij horende verlichting
  • Niet wachten tot er ongelukken gebeuren, maar risico´s vooraf analyseren en voorkomen
  • Aandacht voor gladheidsbestrijding in dorpen en wijken
  • Meer samenwerking in de regio, betere handhaving 

1.5 Natuur en Milieu

Door de klimaatverandering worden we steeds meer geconfronteerd met o.a. wateroverlast. Ons rioolstelsel is niet in staat alle hemelwater af te voeren. We zullen samen met de waterschappen aan de slag moeten. De gemeente kan een bijdrage leveren door bijvoorbeeld niet alles te verharden. Maar ook onze inwoners  kunnen een bijdrage leveren door bijvoorbeeld minder te verharden en te kiezen voor een tuin die meer water opneemt. Ook kunt u denken aan het aanleggen van zogenaamde sedumdaken, waarbij platte daken worden aangepast, zodat ze door middel van het aanbrengen van planten water opnemen. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het in de zomer ook hitte opneemt en het gebouw verkoeld. In onze gemeente kan men daar al subsidie voor aanvragen. GBMG vindt het van belang dat dit blijft en dat inwoners hier beter over worden geïnformeerd. Goed waterbeheer zorgt voor voldoende capaciteit regenwateropvang. We moeten hier aandacht aan besteden bij nieuwbouw van gemeentelijke gebouwen en vanzelfsprekend is het onze taak om er ook bewust van te zijn dat we niet de gehele openbare ruimte gaan plaveien. Zelf als overheid het goede voorbeeld geven en onze inwoners ook stimuleren om meer aandacht te besteden aan waterbeheer op hun eigen stukje grond bijvoorbeeld door het gebruik van regentonnen.  Tegengaan van verdroging en wateroverlast heeft prioriteit. De afgelopen periode 2022-2026 heeft de gemeente een behoorlijk inhaalslag gemaakt in Groen in de buurt, het onderhouden van ons bomenbestand. Op de vraag zijn we nu dan klaar is het antwoord een duidelijk Nee! We hebben vele mooie parken in onze gemeente en daar moeten we zuinig mee omgaan en in blijven investeren. Parken opofferen ten kosten van woningbouw is in de visie van GBMG onnodig, slecht voor de leefbaarheid in Midden-Groningen en slecht voor de natuur.  Klimaatadaptatie is hittestress tegengaan, vergroening en koele plekken creëren en behouden draagt hieraan bij. We hebben diverse mooie natuurgebieden in onze gemeente, waarbij we momenteel het Roegwold bedreigd zien worden door plannen voor windturbines van de gemeente Groningen. Wij willen het mooie natuur wat we hebben behouden en toegankelijk houden voor recreatie. Landbouwgrond opofferen voor natuur is voor ons niet nodig. We mogen onze kinderen en kleinkinderen niet met een vervuilde aarde opschepen, niet denken “na ons de zondvloed”. De fossiele brandstoffen raken op en de aardgaswinning is terecht gestopt. Daar zullen we ons op moeten aanpassen, waarbij de gevolgen nog lang na-ijlen in onze gemeenschap. Diverse instanties hebben al aangegeven dat de Groninger bodem nu langzaamaan tot rust zal komen, maar dat we nog wel vele jaren de gevolgen van de gaswinning, in de vorm van bodembeweging, zullen blijven ondervinden. We blijven ervoor strijden dat de Rijksoverheid hiervoor blijft betalen. Daarnaast zijn we van mening dat onze mooie provincie nu eerst even genoeg heeft gedaan op het gebied van energie. Er is voor miljarden hier uit de grond gehaald, eerst met veen, toen met gas. We hebben daar niets van geleerd. Nu zet men onze landschappen vol met windturbines en zonneparken. Sommige partijen in de Raad vindt zelfs nog dat we koploper moeten zijn om duurzame energie, zon en wind opwekken. Zonder rekening te houden met de bezwaren van aanwonenden. Nee, het zijn wederom de bedrijven die investeren als men SDE (subsidie duurzame energie) ontvangt. Met belastinggeld rendement halen heeft niets te maken met zorg voor het milieu en het verbeteren van het klimaat. Nee, het gaat duidelijk om financieel rendement halen voor de aandeelhouders. Bewoners voelen onmacht en voelen zich overvallen en weten niet wat er op hen afkomt. Milieuvervuiling is een mondiaal probleem. Natuur en milieu zijn essentiële onderdelen van leefbaarheid en raakt aan zowel ecologische als maatschappelijke belangen. Ook moeten we aandacht hebben voor onze luchtkwaliteit, aanpak voor uitstoot fijnstof en stikstof, het stimuleren van elektrisch vervoer. GBMG vindt dat we nog meer kunnen inzetten op en communiceren over het belang van goede afvalscheiding en de handhaving hierop. Niet goed scheiden van afval kost de gemeenschap veel geld, geld dat we samen moeten opbrengen. Straks zal 1/3 van onze afvalnota bestaan uit heffingen door het Rijk, dus regelgeving uit Den Haag en de EU. Denk hierbij aan de zogenaamde Co2-taks die men gaat invoeren. GBMG wil de komende raadsperiode inzetten op meer hergebruik en circulaire economie. We zijn tegenstander van het betalen voor groenafval. Hoewel ons voorstel om dit te voorkomen werd afgewezen, blijven we ons hier hard voor maken. Het kan niet zo zijn dat we aan de ene kant zeggen dat we dat mensen hun tegels moeten vervangen voor groen, om ze vervolgens voor afval wat van dat groen af komt extra te laten betalen. We willen dan ook af van de betaling per lediging van de groene container en we willen ook af van de betaling voor het inleveren van groenafval bij het aanbrengpunt. Bovendien leveren vele inwoners een bijdrage aan het onderhouden van het openbaar groen. Betalen voor het groenafval zal hier een negatief effect op hebben. Speerpunten: 
  • Geen grote zonneparken en windmolens meer
  • Meer groen in versteende wijken. Aanleg van groene daken blijven bevorderen
  • Beschermen van het Groninger landschap en versterken biodiversiteit.
  • Betrek meer burgers bij klimaatadaptatie. Met andere woorden: organiseer bewonersbijeenkomsten over de inrichting van hun buurt of wijk  
  • Afschaffen betalen per lediging groene container
  • Afschaffen betalen inleveren groenafval bij het aanbrengpunt

1.6 Duurzaamheid, Energie en Klimaat

GBMG ziet dat we te maken hebben met een veranderend klimaat en dat dit gevolgen heeft voor ons allen. Ondertussen zijn we een gemeente die bijna koploper is met het percentage opwekken van duurzame energie. Een mega windpark N33 dat niet onomstreden is en de vele zonneparken. Zonnepanelen horen op daken van woningen en gebouwen. Het is daarom ook wrang dat mensen die investeren in zonnepanelen op hun dak nu als het ware gestraft worden doordat  het terugleveren van deze energie straks geld gaat kosten ipv opleveren. Windparken daarvan vinden wij dat die, als ze er al moeten komen, op zee moeten komen. We vinden dat Midden-Groningen genoeg heeft gedaan aan het opwekken van duurzame energie. Geen nieuwe grootschalige wind en zonneparken meer binnen onze gemeente. Zonneparken worden aangelegd door partijen uit een ander oogpunt dan milieuvriendelijke en bijdragen aan klimaatdoeleinden. Het klimaat komt op nr. 2, eerst financiële zekerheid voor aandeelhouders in zowel binnen- als buitenland is hun doel. Het is en blijft een verdienmodel, waarbij vele euro's in de vorm van allerlei subsidies verdwijnen in de zakken van vaak buitenlandse bedrijven en investeerders. Midden-Groningen heeft de ambitie om in de toekomst volledig van het aardgas af te stappen. Derhalve zijn we als gemeente verplicht om een Transitie Warmte op te stellen, waarin wordt beschreven hoe de overstap naar aardgasvrije dorpen en wijken plaats zal vinden. We starten met het ontwikkelen van warmtenet Gorecht-Noord. Door het toepassen van een warmtenet kunnen ruim 700 woningen in Gorecht Noord aangesloten worden op het warmtenet.  GBMG steunt deze ontwikkeling. GBMG ziet kansen in innovatieve oplossingen. Kijk naar de natuurlijke bron die door onze gemeente loopt. Wellicht is het Winschoterdiep geschikt voor de toepassing van de techniek Aquathermie. Onze wens is dan om meer nieuwe woningen te bouwen langs het Winschoterdiep en deze woningen te voorzien van een natuurlijke bron AquaThermie. Hiervoor willen we de Woonvisie aanpassen. We zetten in op klimaatadaptatie en nieuwe en bestaande gebouwen van de gemeente worden op termijn toekomstbestendig gemaakt.  Uiteindelijk kost alles geld. Om een gezond huishoudboekje te hebben, zul je keuzes moeten maken. De rekening elke keer neerleggen bij de burger is makkelijk, maar ook dat is niet duurzaam. Speerpunten: 
  • Zonnepanelen op daken van woningen en gebouwen, windenergie op zee
  • Beschermen van het Groninger landschap en versterken biodiversiteit
  • Onderzoek naar Aquathermie

1.7 Wonen

Op de woningmarkt dreigt een tweedeling. Door de liberalisering van de woningmarkt dreigen met name jongeren, starters en middeninkomens met alleenverdieners de dupe te worden. Zeker nu de sociale woningbouw voor een beperkte doelgroep is opengesteld. Velen dreigen hierdoor tussen wal en schip te geraken, omdat de woningen in de vrije huursector niet te betalen zijn. Experimenten met zogenaamde nieuwe woonvormen zijn dringend gewenst. Ook kunnen we denken aan het wijzigen van leegstaande (winkel) panden, boerderijen etc. in woonbestemmingen, echter tornen we niet aan het eigendomsrecht, alleen bij excessen zetten we onze excessenregeling in. Ook het beboeten van leegstaande woningen is een te zwaar middel, er zijn soms valide argumenten waarom mensen dit overkomt en ze er (nog) niet zelf (kunnen) gaan wonen. De afgelopen vier jaar heeft GBMG het beleid omtrent woningbouw proberen te sturen. Zo is de volgende fase van de Vosholen in Hoogezand gestart en gaan we door middel van het Programma Vrijkomende locaties, diverse plekken in de gemeente invullen, waar vroeger scholen stonden. Verder is er een start gemaakt met het Noorderpark, een project dat langdurig gaat lopen. Wijken en dorpen moeten vooraf betrokken worden in deze ontwikkelingen. Dit verloopt niet altijd goed. In Noordbroek loopt een project voor een appartementen-boerderij, waarbij zowel jongeren als ouderen de mogelijk voor wonen moeten krijgen, terwijl in Kolham nog altijd gewerkt wordt aan het plan van Knarrenhofjes. Een goed voorbeeld is het plan in de Waterman, waar de buurt naar hun gevoel niet genoeg werd betrokken. Na o.a. de inbreng van de fractie van GBMG, is het plan aangepast, zodat het beter inpasbaar is in de wijk. Ook ziet GBMG in de dorpen lopen verschillende initiatieven die we met beide handen moeten aanpakken. De gemeente moet dit omarmen en steunen, niet frustreren met onnodige regels en bureaucratie. We lezen regelmatig dat er ellenlange procedures zijn. We willen de inwoners en omwonenden vanaf het begin van een project betrekken, maar geen vertraging op de woningbouw. We willen allemaal een woning voor onszelf, onze kinderen, kleinkinderen of vrienden, maar zodra het in de buurt gebeurt gaan regelmatig de hakken in het zand. Dit moet anders. Een goed participatietraject moet volgens GemeenteBelangen Midden-Groningen vooral leiden tot een snellere en soepeler bouwtraject, zonder allerlei ellenlange (bezwaar)procedures. We houden participatie dus hoog, maar we laten het geen eindeloos heen en weer pingpongen worden. Gesprekken met diverse private investeerders geven ons een beeld dat we nog steeds te veel stroperigheid hebben als het gaat om de bouw van nieuwe woningen. Te vaak horen we dat vanuit de gemeente wordt gezegd: “Nee mits”, in plaats van “Ja, tenzij”. We moeten flexibeler zijn en meer gaan meedenken. Hiermee zeggen we niet dat we direct ja moeten zeggen, maar investeerders en bewonersinitiatieven moeten we serieus nemen. We hebben de indruk dat het langzaam de goede kant op gaat, maar moeten wel alle zeilen bijzetten om beter te gaan presteren op dit domein. Wij nemen als voorbeeld onze buurgemeente Veendam waar op diverse locaties snel doorgepakt wordt. Het Programma Vrijkomende locaties is een meerjarig project, maar wat GBMG betreft gaan we daar met spoed mee verder. In de huidige overspannen woningmarkt kunnen we ons geen dag vertraging veroorloven.  Oa door dit soort programma's, kunnen we de zogenaamde inbreidingslocaties beter benutten en het landelijke buitengebied beschermen. Er zijn nog locaties genoeg die we kunnen gebruiken, waarbij we koop en sociale huur (max 30%) willen mixen. Onnodige regeldruk, over bijvoorbeeld de hoeveelheid parkeerplekken dat er bij een nieuwbouwwoning mag worden aangelegd, willen we vermijden, nog los van het feit dat er simpelweg veel huishoudens met twee auto's zijn tbv werk. Op dit moment hebben we een grote woningbouwopgave van bijna 1400 woningen. Hoewel we fors willen inzetten op de eerder genoemde inbreidingslocaties, zoals de voormalige schoollocaties en nu braakliggende locaties, zullen we ook moeten gaan kijken naar locaties buiten de dorpen en wijken. Hiervoor zal nieuw grondbeleid moeten worden opgesteld, waar het College nu al aan werkt. Hierbij moeten grondposities worden aangekocht, niet alleen voor woningbouw, maar ook voor bedrijven. Dat hiervoor hectares landbouwgrond worden aangekocht is een logisch gevolg. Hoogbouw of juist laagbouw? Als het op woningbouw aankomt heeft GBMG meer ambities. We willen buiten de gebaande wegen denken, met andere woorden, op enkele locaties in de gemeente mag je iets hogere bouw toestaan. De entree van Hoogezand zou wellicht prima hoogbouw kunnen. We willen de mogelijkheden voor hoogbouw meenemen bij de ruimtelijke inpassing. Hoogbouw in de dorpen geniet niet van onze voorkeur. De meeste dorpen hebben niet de behoefte om hoogbouw te bevorderen. Denk wellicht aan een maximum van 3 à 4 bouwlagen in dorpen. Bij een ingediend plan moeten we toetsen of de bouwlagen ruimtelijk passen binnen een wijk, buurt of kern. Niet op voorhand afwijzen als een investeerder meerdere bouwlagen wil bouwen. Nee, een goede afweging wat er ruimtelijk kan en wat het gebied aankan moet worden gemaakt. En daar moeten we de inwoners vroegtijdig bij betrekken. Ook de kostenpost moet hierbij goed afgewogen worden. Als er immers meer gebouwd kan worden op dezelfde afmeting, dan zullen de kosten in verhouding lager worden. Ook ziet GBMG kansen in andere vormen van wonen, zoals generatieve woonvormen, tiny houses, seniorenwoonvormen en mantelzorgwoningen. Dergelijke woonvormen kunnen we meer stimuleren in plaats van onnodige regels op te werpen. Sociale huur We zien op het gebied van sociale woningbouw dat we steeds minder grip krijgen op de woningcorporaties. Steeds vaker zien we maatschappelijke problemen ontstaan als gevolg van landelijk beleid dat de woningcorporaties moeten uitvoeren. Als we niet meer investeren in wijken en dorpen waar veel sociale huurwoningen zijn, dan ligt verloedering op de loer. Een pasklare optie hebben wij niet direct voor handen. Wij merken wel dat de woningcorporaties minder willen investeren in de dorpen, terwijl er wel vraag is naar sociale huurwoningen in de dorpen en wijken. GBMG wil hierover duidelijke afspraken maken met de coöperaties en ook strenger toezien op de naleving van deze prestatieafspraken. We willen ons als GemeenteBelangen Midden-Groningen niet vastpinnen op vaste getallen wat er aan sociale huur gebouwd moet worden. Er moet uiteindelijk gebouwd worden voor datgene wat gevraagd wordt. Dat kan per dorp of wijk verschillen. Koop Voor veel starters op de woningmarkt lijkt het onmogelijk om een eigen huis te kopen. Een eigen huis, dat is wat GBMG betreft een goed uitgangspunt. We willen dan ook onderzoeken of het haalbaar is om, bijvoorbeeld samen met woningcorporaties, woningen te bouwen voor de (sociale) huursector, waarbij mensen onder voorwaarden op termijn eigenaar van de woning kunnen worden, het vroegere premiemodel. Speerpunten:
  • Handhaving op en evaluatie van Prestatieafspraken met woningcorporaties. 
  • Leegstaande bedrijfs- of kantoor omvormen tot woonruimte.
  • Programma Vrijkomende Locaties versnellen.
  • Bouwen in zowel het stedelijk gebied als in de dorpen.
  • Aanpassing tbv mantelzorgwoningen vereenvoudigen en geen onnodige belemmerende regels opleggen
  • Waar mogelijk overbodige regelgeving verwijderen.
  • Aandacht voor historisch karakter.
  • Onderzoek naar premiewoningen.
  • Alternatieve woonvormen als knarrenhofjes en tiny houses indien gewenst mogelijk maken
  • Inbreidingslocaties zsm benutten
  • Verruiming Starterslening realiseren

1.8 Vervoer en Bereikbaarheid

Openbaar Vervoer Sinds de privatisering van het OV zijn daardoor vele bus- en treinlijnen onder druk komen te staan. Met name zijn er vele buslijnen opgeheven en staan er nog meer onder druk met alle gevolgen van dien. Dorpen en wijken niet meer bedienen geeft problemen voor degenen die erop zijn aangewezen. Ouderen, kinderen die met de bus naar school moeten, zijn aangewezen op andere oplossingen. Een dorp dat niet meer bereikbaar met openbaar vervoer is, is een dorp waar met name ouderen het gevaar lopen om in een sociaal isolement te geraken. De leefbaarheid zal hoe dan ook afnemen. De gemeente moet zich maximaal inspannen om bezuinigingen op en het schrappen van verbindingen te voorkomen.  Voor onze buitendorpen is het openbaar vervoer van vitaal belang! Zo heeft het College weten te voorkomen dat lijn 174 door Muntendam werd geschrapt. De gemeentelijke buurtbus is een goede, maar helaas noodzakelijke aanvulling op het openbaar vervoer en dient beschikbaar te zijn op plekken waar geen openbaar vervoer is. Hierbij willen we nadrukkelijk vermelden dat het niet gaat zonder de inzet van de vele vrijwilligers voor de jongeren, ouderen en eenieder die is aangewezen op deze vorm van vervoer. Hulde en een woord van dank is op zijn plaats. Waar zouden we zijn als maatschappij zonder de inzet van de vele vrijwilligers op alle terreinen. De spoorverbinding tussen Nieuweschans en Groningen krijgt een impuls: door aanpassing van de railinfra gaat de baanvaksnelheid drastisch omhoog en kunnen reizigers sneller van A naar B komen. Genoemd baanvak is grensoverschrijdend en kan bijdragen aan meer economische activiteiten. Belangrijke plaatsen zoals Groningen, Midden-Groningen en steden in Duitsland zullen hiervan profiteren. De kunst daarbij is dat we onze infra moeten aanpassen, ongelijkvloerse overgangen zijn nodig om het verkeer veilig over te laten steken. Het is niet meer van deze tijd dat we dit op een gevaarlijke gelijkvloerse overweg laten aankomen. Dit kost veel geld en we kunnen dit als gemeente niet alleen financieren. We zijn daarvoor aangewezen op de provincie, het Rijk en Brussel. Hier moet actief voor gelobbyd worden. We willen wel dat er goed naar de belangen van de aanwonenden aan het spoor gekeken wordt, met name in Hoogezand zal de overlast potentieel hoger worden en de gemeente zal met de diverse partijen goed moeten kijken naar maatregelen die eventueel genomen moeten worden. Met de komst van de Nedersaksenlijn, tussen Groningen en Enschede is het belangrijk dat we ook vroegtijdig gaan lobbyen om de treinen ook in Midden-Groningen te laten stoppen. Met nadruk op vroegtijdig hier enige druk op zetten naar ProRail en de vervoerder om dit in te plannen. We willen het gebruik van het OV waar mogelijk stimuleren. We zien als GBMG dat er momenteel veel bushaltes zijn die niet meer aan de huidige tijd voldoen. Deze willen we aanpakken. Waar mogelijk plaatsen we nieuwe bushokjes, waarbij we ook direct kijken naar de mogelijkheid van het plaatsen van fietsenstallingen. In het stedelijk gebied willen we  bushokjes van sedumdaken voorzien, wat hitte in de zomer opneemt en tegelijkertijd biodiversiteit versterkt. Daarnaast willen we met Prorail in overleg, om te kijken of en hoe we onze treinstations aantrekkelijker kunnen maken. Hierbij is oa Station Hoogezand een aandachtspunt om in zijn geheel aan te pakken.   Denk hierbij vooral aan de infrastructuur. Speerpunten:
  • Inzetten op behoud en verbeteren OV
  • Verbeteren OV-voorzieningen zoals stations, bushaltes en fietsenstallingen
  • Meer inzet op co-financiering voor ongelijkvloerse oversteken van het spoor
  • Actief inzetten op een stop van de Nedersaksenlijn in Midden-Groningen
   
ontwerp door: ontwerpwebsites.nl
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram